image description

ASW Journal

Theses from Interdisciplinary Social Sciences (ASW)

Archive for the ‘Conflict Studies Blogs’ Category

Jordy Pama - Portret Jordy Pama – Vorige keer schreef ik in het ASW Journal over het voeren van een constructief gesprek over racisme, geïnspireerd op vele honderden commentaren die ik op Facebook, Twitter en nieuwssites heb gelezen rondom de Zwarte Pietkwestie. Sinds kort is er een nieuwe Facebookpagina toegevoegd aan het oeuvre “pro- en anti-Piet pagina’s.” Hoewel, deze pagina is niet anti-Piet, vooral anti zwarte Piet. Ze noemen zich “Pietmakeover.” Op deze pagina plaatsen bekende, minder bekende en onbekende Nederlanders een filmpje waarin ze uitleggen waarom Piet volgens hen aan een make-over toe is. De pagina is een goede poging om op een positieve manier op te roepen tot verandering. Helaas lijkt deze aanpak een nog grimmigere tegenreactie te ontlokken. Waar veel commentaren zich voorheen nog richtten op burgerschap—in de trant van, “ga dan maar terug naar je eigen land”—bevatten de nieuwe commentaren niets anders dan puur, onverhuld en schaamteloos racisme: “Pleur lekker op met je kut sharia en homofiele geiten neukende pleuris imam,” en “Zwarte Piet, wiedewiedewiet, deze heeft ebola dus die zie je niet.” Het moge duidelijk zijn, voor deze mensen is “een constructief gesprek” niet langer aan de orde.

Aan de schandpaal

Facebook is een open medium, waar mensen elkaar zonder al te veel moeite kunnen begluren. Zeker wanneer iemand zijn privacy-instellingen niet strikt beheert, ligt veel informatie al snel open en bloot. Zo ook met de mensen die deze extreme reacties plaatsen (hierna: racisten). Zonder al te veel moeite kun je het één en ander uitvinden over mensen. Geschrokken door de intensiteit van één van de berichten ging ook ik op onderzoek uit. Met een muisklik bevond ik me op de persoonlijke pagina van deze persoon en kwam ik tot de ontdekking dat deze persoon, die op Facebook openlijk vroeg om het uit de weg ruimen van een volledige bevolkingsgroep, docent is. Niet bij een basisschool, niet bij een universiteit, maar bij de politie van Rotterdam. Ik stond perplex.

De politie, een instituut dat onze veiligheid probeert te garanderen (waarvoor dank) heeft een racist als docent. De implicaties voor gelijkwaardige behandeling en objectiviteit lijken mij evident. Deze persoon hoort, net als vrouwe justitia, blind te zijn voor het uiterlijk van mensen. Deze meneer is dat zeker niet, en met hem zijn er nog vele anderen die zonder schaamte de meest vreselijke dingen zeggen over anderen. Deze mensen werken als journalist, of bij de Ziggo Dome, of bij de KPN. In het dagelijks leven zijn het nette burgers. Maar op Facebook worden ze nu aan de schandpaal genageld. De zoveelste pagina omtrent racisme: “Racisten aan de schandpaal.”

De racistische blik

Het valt mij zwaar om respect op te brengen voor mensen die zwaar racistische uitspraken doen, of dit nou op internet of in de privésfeer is. Er bekruipt mij een onbehaaglijk gevoel als ik me bedenk dat deze mensen dagelijks met mensen werken. Zij behoren anderen gelijkwaardig te behandelen, zoals iedereen dat behoort te doen, maar is dit mogelijk als hun daadwerkelijke mening, welke ze onverhuld op Facebook deponeren, van geen enkele vorm van respect blijk geeft? Is het dan nog mogelijk dat ze hun racistische visie niet in de praktijk brengen op hun werk? Volgens mij kan dit niet.

Volgens mij is een racistische visie op de samenleving geen keuze. Het is geen programma dat naar believen aan- of uitgezet kan worden. Een racistische visie op de wereld is een cognitieve frame, een verzameling van ingeprente ideeën; gevormd door een continue stroom van eveneens subjectieve informatie zijn deze mensen gaan geloven dat donkere mensen “apen uit de woestijn” zijn, dat moslims “hier te gast zijn en op uitkering teren” en dat de beste oplossing “een bom er op” is. Een kind wordt niet geboren met een racistische kijk op de wereld. Een kind groeit op in een bepaalde omgeving en het is deze omgeving die bepaalt hoe het kind in zijn of haar levensloop naar andere mensen kijkt. En uiteindelijk is dit wat zij op hun beurt weer meegeven aan anderen, bewust of onbewust. Tijdens een borreltje met vrienden, aan hun kinderen, aan hun buren en aan hun collega’s.

Een structureel probleem

De racistische visie van een individu wordt dus gevormd door zijn omgeving. Niet alleen de andere individuen in zijn of haar omgeving hebben een vormende werking, maar ook de instituties die onderdeel uitmaken van de cultuur en de maatschappij waarin het individu opgroeit. Het rechtssysteem, de universiteit, het kerstfeest en het sinterklaasfeest zijn onderdelen van die cultuur en vanaf het begin aanwezig in het leven van een individu. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de cultuur onderdeel wordt van het individu. Een aanval op deze cultuur voelt daarom ook als een directe aanval op de identiteit van het individu.

Met dit in mijn achterhoofd kan ik me voorstellen dat het voor velen een hele schok is dat Zwarte Piet onder vuur is komen te liggen. Cognitieve dissonantie is een nare ervaring omdat het niet fijn is om geconfronteerd te worden met feiten en opvattingen die je beeld van de realiteit flink op zijn grondvesten laten schudden. Dat racisme bestaat is voor velen wel te bevatten, maar dat de samenleving en cultuur waarin we leven racistische onderdelen kan bevatten maakt het een stuk zwaarder. Om dit te realiseren moet men immers ook toegeven dat men er onderdeel van uit maakt. Dit besef is waar vele Nederlanders mee worstelen. Dit is echter geen legitieme reden om te vervallen in drogredeneringen en racistische uitlatingen.

… en nu verder

Na een periode van de bovengenoemde cognitieve dissonantie is het tijd om te reflecteren. Als individu maar ook als samenleving zullen we kritisch moeten kijken naar de onderdelen van onze individuele en maatschappelijke aannamen en gewoonten die misschien niet zo onschuldig en vanzelfsprekend zijn als ze altijd leken. Dan zullen we tot de ontdekking komen dat burgerschap voor velen nog steeds synoniem is aan blank, dat moslims veel te vaak als religieuze fanatici gezien worden en zullen we ontdekken dat donkere jongens en meisjes meer hindernissen vinden op weg naar de hogeschool, de universiteit of naar hun droombaan. De sociale segregatie gaat dieper dan we denken, en ik ben daar zelf een goed voorbeeld van. Mijn donkere vrienden zijn op één hand te tellen. Mijn Moslimvrienden eveneens. En dat komt niet omdat ik ze niet wil ontmoeten, dat komt omdat mijn omgeving voornamelijk blank en atheïstisch is. De universiteit is hét voorbeeld van segregatie. De diversiteit van studenten aan de Universiteit van Amsterdam weerspiegelt op geen enkele manier de diversiteit van Nederland.

De sociale segregatie zal niet van de ene op de andere dag verdwijnen, maar ik ben er van overtuigd dat iedereen een bijdrage kan leveren, en wel door “de ander” uit de anonimiteit te halen. Generalisatie van “de ander” is alleen mogelijk als er afstand bestaat tussen “de één” en “de ander,” en dus moet deze afstand verkleind worden. In de politiek, in de media en tussen individuen moet de kloof tussen “de één” en “de ander” verkleind worden. Ieder individu heeft een verhaal, en als we elkaars verhalen leren kennen, kunnen we elkaar een klein beetje beter begrijpen. Op die manier heb ik de hoop dat de Nederlandse samenleving een samenleving kan worden waarin ieder individu beoordeeld wordt op zijn of haar talenten en capaciteiten in plaats van op religie, huidskleur of afkomst. En dat begint bij het afbreken van de schandpaal en het verlaten van het digitale slagveld. De kroeg, het koffietentje of het theehuis lijkt me een prima begin.

Conflict Studies Blogs

Robin Schram - PortretRobin Schram – In Guatemala Stad zeg je elkaar gedag met de woorden: “con cuidado, adios!” Con cuidado betekent ‘wees voorzichtig’, en die waarschuwing is er niet voor niets. Guatemala scoort hoog op die lijstjes waar je als land of stad liever niet hoog op scoort: hoge criminaliteitscijfers, hoog aantal moorden, een hoge corruptie-index, een hoge Gini-index, een hoog percentage ongeletterdheid, en ga zo nog maar even door. Guatemala staat in de wereldwijde top vijf van landen waar de meeste mensen vermoord worden (oorlogsslachtoffers niet meegerekend). Zo worden in Guatemala, een land met een kleine 15 miljoen inwoners, dagelijks gemiddeld zestien à zeventien mensen vermoord. Terwijl in Nederland gemiddeld eens in de twee dagen iemand wordt vermoord.

Maar dit soort cijfers geeft nog weinig inzicht in de historische en structurele oorzaken die hieraan ten grondslag liggen, laat staan over de beleving van mensen die in deze situatie (over)leven. De samenleving in Guatemala Stad heeft zich georganiseerd rondom angst, en de organisatie van die samenleving houdt op haar beurt deze angst in stand. Op deze manier is het in een neerwaartse spiraal verzeild geraakt. Hoe dit in zijn werk gaat laat zich goed beschrijven aan de hand van architectonische metaforen; alle constructies die zowel oorzaak zijn van, als voortkomen uit, ongelijkheid en angst.

De toren van Babylon

De toren van Babylon is in dit kleine land met 23 talen misschien wel de meest voor de hand liggende metafoor. Met Spaans als officiële nationale taal, wordt iedereen die het niet spreekt, of Spaans als tweede taal heeft, al snel als een tweederangs burger gezien. Om dit te benadrukken wordt een Maya taal door sommigen expliciet geen ‘taal’, maar een lengua – ‘tong’ – genoemd.

Deze opdeling en rangorde van talen illustreert de aanzienlijke horizontale (etnische) ongelijkheid in dit land, die grotendeels samenvalt met de verticale (economische) ongelijkheid. De Maya bevolking – de oorspronkelijke bevolking van het gebied – leeft hier na 500 jaar Westerse onderdrukking onder barre omstandigheden, maar blijft desalniettemin trots vasthouden aan haar talen en cultuur. Het diepgewortelde racisme jegens de Maya bevolking wordt nog eens bevestigd doordat in bepaalde kringen het interraciaal verwekken van kinderen wordt aangemoedigd met de woorden mejorar la raza – ‘het ras verbeteren’.

Interraciaal kinderen verwekken is echter niet de meest voor de hand liggende manier om de armoede te ontstijgen en meer respect te ontvangen. Het is makkelijker om met een vuurwapen een overval te plegen, en bij gebrek aan andere vormen van macht is dit de keuze die veel jongeren maken. Ze hebben immers weinig te verliezen en het levert ze wel degelijk geld en respect op.

Beton en bewakers: een angst-economie

De structurele ongelijkheid is dus deels de oorzaak van de grote hoeveelheid gewapende overvallen in dit land. Dit heeft zijn weerslag op de manier waarop de samenleving zich organiseert. Neem bijvoorbeeld de plek waar ik werk. In een straal van vijftig meter van mijn kantoor vind ik een winkel waar ik vuurwapens kan kopen, een aantal banken met elk een tiental private gewapende bewakers (daar zijn er in dit land vier keer meer van dan politieagenten) en een grote verzekeringsmaatschappij met in hetzelfde gebouw de mogelijkheid om kogelvrije vesten aan te schaffen en je auto volledig te laten blinderen of te laten bepantseren.

Robin Schram - Guatemala illustratie1

Figuur 1: De advertenties van een angsteconomie (Robin Schram)

Hieruit concludeer ik dat de economie hier niet alleen draaiende gehouden wordt door hebzucht, zoals gebruikelijk is, maar vooral ook door angst. Als ik mijn moraal aan de kant zou zetten en zou moeten kiezen waar ik mijn geld in zou beleggen, dan wordt dat in beton (voor het bouwen van muren), prikkeldraad, private beveiligingsbedrijven en vuurwapens. Dat is gegarandeerd een lucratieve investering, want voorlopig verwacht ik dat deze industrieën goed blijven gedijen bij de collectieve paranoia die in dit land heerst.

Het wrange van een economie die op angst draait, is dat bepaalde mensen profijt hebben van deze angst en dat deze mensen er dus gebaat bij zijn om die angst in stand te houden. Het journaal vertelt mensen hier elke avond wie er hoe en waar vermoord zijn, met heftige beelden en een soort James Bond muziekje op de achtergrond om de spanning op te bouwen. Vervolgens wordt het journaal onderbroken door reclamespotjes die je precies vertellen wat je allemaal moet aanschaffen en waar je je voor moet verzekeren om zorgeloos te kunnen leven in deze ‘gevaarlijke wereld’.

De Gouden Kooi

Want als je alles hebt, heb je alles te verliezen, en die kans is in Guatemala Stad iets groter dan elders. Iedereen die hier iets van waarde bezit is bang om het kwijt te raken. En wat doe je dan in een stad waar criminaliteit zo wijdverspreid is dat het oncontroleerbaar geworden is? Je sluit niet de criminelen op, maar jezelf. Guatemala Stad staat vol met ‘gated communities’. Oftewel, woonwijken met een grote muur en prikkeldraad er omheen. Als je iemand in zo’n gemeenschap bezoekt en je komt langs de slagbomen, de camera’s en de private beveiligers met grote vuurwapens, dan word je in sommige gevallen nog tot aan de voordeur geschaduwd door een motorrijder die controleert of je inderdaad een gewenste gast bent.

Robin Schram - Guatemala illustratie2

Figuur 2: Vergelijkbaar beeld uit de film ‘La Zona’ over angst binnen een ‘gated community’ in Mexico Stad

Het is een frappante gewaarwording dat de rijkere mensen in dit land het meest opgesloten zitten, terwijl het arme volk vrij rondloopt. Nou ja, in letterlijke zin dan. Want wat betekent vrijheid nog als je gevangen zit in armoede? Het tragische is dat ik hier vooral veel processen zie die de problematiek in dit land structureel versterken. Het bouwen van muren waar de rijkere mensen achter kunnen wonen is hier een goed voorbeeld van. De segregatie, stratificatie en sociale uitsluiting worden met de bouw van deze muren en andere fysieke barrières alleen maar bestendigd.

De Ivoren Toren

Het bijzondere aan een land waar je een rijke elite, een relatief kleine middenklasse, en een grote arme klasse hebt, is dat het voornamelijk bestuurd wordt (en bestudeerd wordt, door mij bijvoorbeeld) door mensen die geen idee hebben in wat voor werkelijkheid het grootste deel van de bevolking leeft. De bestuurders in Guatemala overzien het land vanuit een Ivoren Toren. Ik zou willen zeggen dat dit puur figuurlijk is, maar soms komt het wel heel dicht bij de werkelijkheid.

Ik ben een avond bij twee Franse ambassadeurs op bezoek geweest. Eén van deze heren woont met zijn vrouw op de veertiende verdieping van een (natuurlijk goed beveiligd) luxueus appartementencomplex, een soort ‘gated tower’. In dit huis vol met prachtige kunst drinken we Franse wijn en eten we toastjes met Europese kaas en vleeswaren. Vanaf het balkon hebben we een prachtig uitzicht over de stad met haar twinkelende lichtjes in de nacht, en we bespreken de sociale problematiek in Guatemala. Om beurten overtroeven we elkaar met nog betere oplossingen voor de criminaliteit, de mijnbouwconflicten, kindersterfte door ondervoeding etc. En dat terwijl we zelf op dit uur de straat niet op durven. Echt eens worden we het niet met elkaar over deze thema’s. Maar dat deert niet, want het avondeten is klaar en wordt opgediend, en in onze veilige toren kunnen we het gewoon weer over leuke reisjes en het WK hebben. Zouden we evenveel van deze Bourgondische avond kunnen genieten als wij niet alleen vanuit onze toren de stad konden bekijken, maar de stad ook ons zou kunnen zien?

Het Panopticum

Een Panopticum is een architectonische constructie die bedoeld is om mensen te controleren en te disciplineren. Meestal wordt het als een inrichting of een gevangenis gebruikt. Het gaat om een rond gebouw, denk aan een koepelgevangenis, met in het midden een toren die uitzicht geeft op alle cellen die in een cirkel om deze toren heen gebouwd zijn. Het idee is dat je in zo’n cel altijd gezien kan worden, maar dat je nooit weet of en wanneer je ook daadwerkelijk gezien wordt omdat je de bewaker op de toren niet kan zien vanuit de cellen. Deze permanente mogelijke controle maakt dat je bepaalde gewenste gedragingen op den duur internaliseert.

In Guatemala Stad hebben de meeste (kantoor)gebouwen spiegelende ramen en zijn auto’s volledig geblindeerd. Dat is het eerste wat je doet wanneer je hier een nieuwe auto koopt: de ramen blinderen. Dit verkleint de kans op een overval. Het zijn deze spiegelende ramen die me doen denken aan het Panopticum. Mensen kunnen mij wel zien, maar ik kan hen niet zien. Daardoor kan ik, wanneer ik over straat loop, altijd bekeken worden zonder dat ik zeker weet of dat ook werkelijk gebeurt. En ja, ik lijk bepaalde gedragingen te internaliseren. Ik peuter niet in mijn neus en krab niet aan mijn zak. Daarnaast heb ik een soort vastberaden loopje ontwikkeld waarmee ik probeer uit te stralen dat ik de stad goed ken en dat ik precies weet waar ik heen loop, ook als dit niet bepaald het geval is. Je weet immers nooit wie er naar je kijkt en welke intenties ze hebben.

Robin Schram - Guatemala illustratie3Figuur 3: Spiegelende ramen en geblindeerd glas (Robin Schram)

Dit is tot daar aan toe, maar er zit nog een schrijnendere dimensie aan dit verhaal. Het gaat in dit geval niet om een bewaker die gevangenen in de gaten houdt, maar over de rijkere klasse die vanachter hun spiegelende ramen in hun comfortabele kantoren en auto’s de armere klasse op straat ongegeneerd kan aanschouwen. Vanuit de BMW van een collega kijk ik schaamteloos lang naar de mensen op straat. Mensen die buiten fruit of kauwgom verkopen, dronken mannen die op de grond hun kater liggen uit te slapen, of een jong stel dat op een bankje zit te zoenen; ze kunnen mij toch niet zien kijken. Als een oud Maya-vrouwtje tussen de auto’s voor het stoplicht komt bedelen ziet ze alleen zichzelf in de spiegeling van de autoruiten. Het is eenvoudig om haar te negeren omdat we elkaar niet in de ogen kunnen kijken en omdat mijn onachtzaamheid dus onopgemerkt gaat.

Daarbij gaat het niet alleen over de rijkere klasse, maar ook over de heersende klasse. Zo ben ik bijvoorbeeld op bezoek geweest op het kantoor van de gouverneur van de provincie Chiquimula. Ook dit kantoor heeft geblindeerd glas en kijkt uit over de plaatselijke markt waar Maya-vrouwen hun groenten en fruit verkopen. Het is een ironische manier om uitdrukking te geven aan de ondoorzichtigheid van deze overheid. Met deze gouverneur hadden een collega en ik een afspraak. Nadat hij ons meer dan een uur had laten wachten had hij gedurende de pauze van de voedbalwedstrijd tussen Spanje en Chili precies tien minuten de tijd voor ons. Daarvan heeft hij zeker vijf minuten over voetbal gepraat, en daarna had hij toch écht weer andere verplichtingen. Zou hij ook met zijn voeten op zijn bureau voetbal kijken als hij aan de andere kant van het glas zat?

Een neerwaartse spiraal

Of het nu de regerende elite is die voetbal kijkt tijdens werktijd, of de rijkere elite die geld verdient aan angst; het wordt duidelijk dat de machtigste mensen in dit land weinig belang hebben bij het veranderen van de neerwaartse spiraal waar dit land zich in bevindt.

Robin Schram - Guatemala illustratie4

Ongelijkheid resulteert in geweld; het geweld creëert een angstige maatschappij; hierdoor ontstaat een industrie die draait op de behoefte aan veiligheid; deze industrie creëert fysieke en geografische structuren die de ongelijkheid bestendigen; en op deze manier wordt de ongelijkheid in Guatemala zowel de oorzaak als een gevolg van geweld en angst. Wie de oplossing heeft mag zich melden in Guatemala, maar pas op, zorg wel dat je goed verzekerd bent. Ik kan iedereen de molestverzekering van ‘Oomverzekeringen.nl’ van harte aanbevelen!

Robin Schram Guatemala - Illustratie4 (Andrew Singer)

Figuur 4: De aangeschafte ‘vrijheid’ van de rijke klasse (Andrew Singer)

Robin Schram is Afgestudeerd bij ASW in het Domein Conflictstudies. Momenteel is hij masterstudent bij de studie ‘Conflicts, Territories and Identities’ aan de Radboud Universiteit. Voor zijn scriptieonderzoek naar dialoogprocessen bij mijnbouwconflicten loopt hij een half jaar stage bij het NIMD in Guatemala Stad.

 

 

Conflict Studies Blogs

Jordy Pama - PortretJordy Pama – In juni van dit jaar zette ik een punt achter mijn Bachelor-opleiding ASW. Geïnspireerd door de grote commotie die onlangs was ontstaan rondom de figuur Zwarte Piet schreef ik mijn afstudeerscriptie over de vormen van racisme en hun uitingsvormen in de Nederlandse samenleving die de Zwarte Pietkwestie had blootgelegd.

Ook na het afronden van mijn scriptie bleef ik geïnteresseerd in het Zwarte Pietendebat, door RTL-nieuws zelfs gedoopt tot “Zwarte Piet Gate.” Wat opvalt in de discussie rondom de figuur is de hoeveelheid drogredeneringen die gehanteerd wordt door zowel voor- als tegenstanders van Piet. Een kort overzicht is op zijn plaats. Per drogreden zal ik proberen uit te leggen waarom dit een drogredenering is.

  1. De binaire verdeling

“Ik ben geen racist!” is een veelgehoorde kreet. Zo ook: “Kinderen zijn geen racisten!” In de basis is dit waar: haast niemand zal claimen een racist te zijn als hier naar gevraagd wordt. De drogredenering welke schuilgaat achter deze kreten wordt de binaire verdeling genoemd. Mensen die deze redenering aanhouden nemen aan dat iemand of racist is, of niet. Echter, het is veel zinvoller racisme te beschouwen op een schaal van ‘niet racistisch’ tot ‘zeer racistisch’. Door bij jezelf te rade te gaan wanneer jij mogelijk racistisch handelt betrek je ook onbewust racistische handelingen in je reflectie, en kun je een beter beeld vormen van je eigen positie op de schaal. Je kunt jezelf betrappen op racistische neigingen en hier actief iets mee doen. Kortom: je bent geen racist, maar je hebt mogelijkerwijs wel racistische neigingen.

  1. De ahistorische redenering

De ahistorische redenering is een redenering waarbij iemand de invloed van historische gebeurtenissen bagatelliseert. Hierbij gaat het om historische gebeurtenissen als gedwongen segregatie, oorlog, kolonialisme en slavernij,. Zo zijn tot op de dag van vandaag bijvoorbeeld de herinneringen aan de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog zichtbaar aanwezig in onze samenleving. Denk hierbij aan gedenkstenen, monumenten, herdenkingen en objecten/tentoonstellingen in musea. Mogelijkerwijs zorgt de afwezigheid van historische relikwieën uit de periode van de slavernij voor een minder groot besef van de impact van deze periode op de Nederlandse samenleving, ook al doen bijvoorbeeld de schilderingen op de Gouden Koets en opmerkingen over onze zogenaamde VOC-mentaliteit sommigen hier op licht ongemakkelijke wijze aan herinneren.

  1. De onbeweeglijkheidsredenering

De onbeweeglijkheidsredenering gaat over de verschillende vormen van racisme. De eerste associatie met racisme is veelal een beeld van white power-logo’s, skinheads en slavenarbeid op plantages. Het is dan ook verleidelijk om te beargumenteren dat racisme niet meer voorkomt in de Nederlandse samenleving. Echter, racisme is geen statisch fenomeen. De directe in your face uiting van racisme heeft plaats gemaakt voor subtielere, onbewuste en soms institutionele vormen van racisme. Zelfs als een persoon volstrekt niet racistisch is, kan het zijn dat hij of zij functioneert in een systeem dat racistische trekjes heeft zonder deze racistische tendensen zo te zien.

  1. De zwart-wit verdeling

Deze drogreden kenmerkt zich door het geloof dat alle donkere personen in een racisme-debat per definitie een andere mening hebben dan blanke personen in hetzelfde debat. Dit lijkt een open deur maar in het Zwarte Pieten debat komt het maar al te vaak voor dat er wordt aangenomen dat een donkere persoon automatisch tegen Zwarte Piet is, en een blanke persoon altijd vóór Zwarte Piet zou zijn. In het verlengde van deze drogredenering ligt de volgende drogredenering.

  1. De huidskleur/burgerschap-redenering

 De huidskleur/burgerschap-redenering is de eenvoudigst weerlegbare drogredenering. De redenering komt uitermate vaak voor in de discussie rondom Zwarte Piet. Mensen die vanuit deze aanname redeneren, doen vaak de volgende uitspraak: “Als deze cultuur je niet bevalt, dan rot je maar lekker op naar het land waar je vandaan komt”. Hierbij wordt vaak over het hoofd gezien dat huidskleur niets zegt over burgerschap. Een donker persoon kan evengoed Nederlander zijn als een blank persoon. Deze gedachtegang voelt als een open deur, maar wordt onbewust over het hoofd gezien. De aanname dat een donkere persoon geen Nederlander kan zijn en dus geen mening mag hebben over de Nederlandse cultuur is bovendien in zichzelf een racistische uitspraak: er wordt hiërarchisch onderscheid gemaakt tussen mensen op basis van huidskleur.

De discussie rondom Zwarte Piet kan gerust complex genoemd worden. Omdat de kwestie raakt aan de vraag wat onderdeel is van de Nederlandse culturele identiteit wordt het debat al snel emotioneel. Dit hoeft geen probleem te zijn, identiteit en racisme zijn emotioneel geladen begrippen en mogen ook zo besproken worden. Echter, de drogredenen zoals hierboven besproken verdienen geen plek in het debat. Sterker nog, ze vormen een obstructie voor het voeren van een goede discussie. Immers, een degelijk en constructief debat over racisme kan en mag niet gevoerd worden met racistische argumenten.

Maar hoe kunnen we dit debat wel op een constructieve manier voeren? Zoals gezegd hoeft het geen probleem te zijn dat het Zwarte Pietendebat een emotioneel beladen discussie is. Een voorwaarde moet dan wel zijn dat de verschillende gevoelens en belevenissen gelijkwaardig behandeld worden. In het geval van Zwarte Piet betekent dat: ook al denk jij dat Zwarte Piet geen racistisch stereotype is, accepteer dat mensen dit wel zo ervaren. En vice versa geldt: als jij van mening bent dat Zwarte Piet een racistisch stereotype is, accepteer dat mensen dit niet zo ervaren. Met andere woorden: accepteer het feit dat verschillende mensen verschillende belevingswerelden hebben. Als deze acceptatie er is, kan het debat op het scherpst van de snede gevoerd worden zonder te vervallen in drogredeneringen.

Jordy Pama is onlangs afgestudeerd bij ASW in het Domein Conflict en doet momenteel de Master Cultuursociologie aan de UvA.

Conflict Studies Blogs